Geboortezorg

Zorginstituut Nederland heeft op 28 juni 2016 de ‘Zorgstandaard Integrale Geboortezorg‘ vastgesteld. Deze standaard beschrijft vanuit het perspectief van de zwangere vrouw voor elke fase in de zwangerschap de noodzakelijk geachte zorg en begeleiding. Het gaat dan om zowel de basiszorg die iedere zwangere aangeboden hoort te krijgen, als de aanvullende zorg conform de geldende richtlijnen, aangevuld met regionale en lokale afspraken.

Uiterlijk januari 2020 zal overal in Nederland de verleende geboortezorg zo cliëntgericht zijn als in de zorgstandaard is beschreven. Ter ondersteuning van de cliëntgerichte inrichting van de geboortezorg worden onder regie van het College Perinatale Zorg (CPZ) de volgende hulpmiddelen opgeleverd:

  • een plan van aanpak per regio waarin de afspraken uit de kwaliteitsstandaard zijn uitgewerkt;
  • indicatoren die worden gebruikt om de kwaliteit van de geboortezorg te volgen, voor leren en verbeteren van professionals en het maken van keuzes door zwangeren;
  • het implementatieplan voor de zorgstandaard;
  • de cliëntenversie van de zorgstandaard.

Verloskundigen, gynaecologen, kraamzorgers en andere professionals in de geboortezorg maken deel uit van een regionaal verloskundig samenwerkingsverband (VSV). Hierin werken ze multidisciplinair samen. De VSV’s maken plan voor regionale invulling afspraken zorgstandaard.

Onderzoek geboortezorg

De SAZ heeft in 2012 een studie laten uitvoeren door het Erasmus Medisch Centrum naar de mogelijke effecten van concentratie van de klinische verloskunde. Het Erasmus Medisch Centrum kon daarbij gebruik maken van een landelijke registratie, de PRN. De conclusies van het onderzoek luidden:

  • reistijd heeft effect op de sterftekans, ook bij poliklinische bevallingen. Dit effect is groter naarmate er sprake is van een ernstiger risicoprofiel; het reistijd effect is niet alleen van belang bij de bevalling zelf, maar ook bij tal van ziektebeelden rondom de zwangerschap;
  • durante partu verwijzing (verwijzing tijdens de bevalling zelf) resulteert in een hogere sterftekans, ongeacht andere factoren;
  • de organisatie van de zorg, in het bijzonder de schaalomvang, heeft geen eenduidige invloed op de sterftekans. De Perinatale Centra (in academische ziekenhuizen) doen het goed, voor andere centra geldt dat groter niet automatisch beter is: SAZ ziekenhuizen doen het relatief (erg) goed;

Op grond van deze onderzoeksresultaten heeft de SAZ een aantal concrete aanbevelingen voor verbetering van de perinatale zorg gedaan. De SAZ heeft het onderzoek tevens aangeboden aan het College Perinatale Zorg.

Voor de minister van VWS was dit onderzoek mede aanleiding om in maart 2012 af te zien van het toepassen van strengere (volume-) normen.